Indien je tussen de beide wereldoorlogen in een bescheiden woonst
ergens in België of in Noord-Frankrijk was binnengegaan, dan had
je op de schouwmantel, tronend in al hun belangrijkheid, waarschijnlijk
een uurwerk en twee zijstukken in faience aangetroffen.
Deze bijzondere modetrend gaf aanleiding tot het ontstaan van
tientallen miljoenen originele uurwerken met de meest uiteenlopende
modellen en versieringen. Dit werd mogelijk gemaakt door de ontwikkeling
van de mechanische industrie.
Tot het midden van de XIXe eeuw waren klokken in feite
kostbare voorwerpen omdat hun mechaniek ambachtelijk vervaardigd
werd. Het bezit van de tijd was in feite aan een elite voorbehouden.
Vanaf 1860 werden wekkermechanieken al industrieel vervaardigd,
doch slechts in het begin van de XXe eeuw werd het binnenwerk
zelf echt goedkoop. Aangezien faience de goedkope 'plastische'
grondstof van die tijd was, werden de binnenwerken als het ware
'ter plaatse' aangekleed in de wingebieden van de faience zelf.
Zo werd het uur esthetisch gemaakt, en werd het voor iedereen betaalbaar
.
Zo ontwikkelde zich in de jaren '20 een heuse horloge-industrie
in België en in het noorden van Frankrijk. Het ging meestal over
schouwgarnituren bestaande uit een horloge en twee zijstukken:
vazen, kandelaars enz. Gedurende de tussenoorlogse periode vond
men ze terug in alle bescheiden woningen in deze regio; het was
niet alleen een waardig gebruiksvoorwerp, maar het was vooral hét
mooie voorwerp in huis, dat fier boven de haard prijkte en in het
middelpunt van de belangstelling stond .
Om aan de ongecompliceerde verwachtingen van het nieuwe cliënteel
tegemoet te komen, waren de producenten bijzonder creatief. Zij
lieten hun verbeelding de vrije loop. De vormen van de horloges
herinneren soms aan de marmeren en bronzen pendules van de burgerij,
enkele stellen mensen en dieren voor; anderen verwijzen naar de
Art Deco architectuur of naar de Griekse tempels.
De versieringen zijn erg gevarieerd, dikwijls kleurrijk, soms
extravagant. Sommige imiteren marmer of steen, andere refereren
naar de decoratieve stijlen van de tijd, naar Hollands of naar
Chinees porselein, vaak klassieke of avant-gardistische schilderijen.
De zijstukken hernemen het thema, de vorm en het decor van het uurwerk waardoor
de esthetiek vergroot wordt. Verschillende bedrijven waren gespecialiseerd
in deze schouwgarnituren. Onder de meest productieve vindt men
4 fabrieken in de Borinage: de faiencerie van Thulin, Jemappes
en vooral deze van Auguste Mouzin et Cie en "La Majolique" in
Wasmuël. Voor Frankrijk vermelden we vooral Berlot-Mussier te Vierson
en Somain in het Noorden. Tenslotte creëerden enkele bedrijven
in Tsjechië, w.o. BIHL en 3 tot op heden ongeïdentificeerde faienceries,
horloges voor de export naar België en het Noorden van Frankrijk.
Na de tweede wereldoorlog gingen de schouwgarnituren in faience
zeer snel uit de mode. De hogere lonen en de opkomst van de consumptiemaatschappij
zorgden ervoor dat andere soorten goederen de markt overspoelden.
Daarbij hoorde het polshorloge, en dit aan een prijs die iedereen
zich kon veroorloven. Deze trend zorgde ervoor, dat het bezit van
de tijd compleet gebanaliseerd werd. Na de oorlog produceerde men
vooral horloges van mindere kwaliteit, bestemd om in de keuken
of in diverse kamers op te hangen.
Dit marktverlies, gepaard gaande met de snel stijgende kost voor
handwerk, maakte dat de producenten beetje bij beetje failliet
gingen. Vandaag blijft er slechts een beperkte buitenlandse productie
bestaan. Deze is vooral bestemd voor de landen van de derde wereld.